ms Oranje

Herinneringen

Ik werd geboren op 19 November 1946 in Surabaya-In...

Ik werd geboren op 19 November 1946 in Surabaya-Indonesië, enige maanden na de bommen op Hiroshima en Nagasaki, op die dag werd ook Afghanistan opgericht en erkend. Mijn jeugdjaren bracht ik door op verschillende plaatsen, Malang, Surabaya, Buitenzorg/Bogor. Veel verhuizen dus, mijn vader was beheerder van het Pandhuis/ Pedagaian. Ik leefde in een beschermde omgeving,we hadden een paar mensen in dienst. Een tuinman, wasvrouw, kokkie,plus een kinderoppas. De jaren in Bogor/Buitenzorg kan ik mij het beste herinneren. Wij hadden een grote dienstwoning met galerij waaraan gelegen de kamers en op het achtererf woonde de tuinman met zijn vrouw. De voortuin, meer een grasveld met uitzicht op de ingang van Kebon Raya/Plantentuin, die door Nederlanders was opgezet. Daar speelde ik vaak met jongens uit de kampong, wij schoten met onze katapulten de kalongs uit de bomen. Meestal nam ik er een mee voor de kokkie, die maakte dan speciaal voor mijn moeder Manado kalongsoep. Met mijn baboe/pembantu Mina mocht ik mee boodschappen doen, dan gingen wij ook in de kampong op bezoek. Daar speelde ik dan met de karbouwen, gezeten op hun stevige rug de hoorns goed vastgepakt, ging het dier door de modder van de sawa lopen , heen en weer... Indonesië was nog niet zolang onafhankelijk, de situatie was vrij onrustig. Toen, was daar de fanatieke groepering Darul Islam, zij wilden alle Europeanen uit het land. Via het personeel van mijn vader kreeg hij verontrustende berichten door. De Darul Islam wilde onze familie en het Pandhuis aanvallen. Mijn vader vroeg direct repatriatie aan om naar Nederland te kunnen, waar de meeste familie al zat. Wij moesten enige tijd wachten voor de Ms. Oranje zou arriveren in Jakarta/Tanjung Priok. Voorlopig zaten we in Jakarta in een hotel/pension niet zover van de zee. Uiteindelijk vertrokken wij uit Tanjung Priok ergens eind December 1953, ik heb Sinterklaas en Kerstmis aan boord van de Ms. Oranje gevierd. Op de dag van vertrek stond de kade vol met mensen die afscheid namen, het was lachen en huilen. Mijn pembantu (baboe)zei altijd tegen mij ; " Straks ga je met de boot naar Holland, daar eet jij elke dag kentang (aardappels), het is daar ook koud".. " Nu had ik eigenlijk niet zo`n goed begrip wat koude was. Mina mijn pembantu, drukte dan een waterijsje tegen mijn wang. Het leven op de boot was voor opgroeiende kinderen niet zo leuk, al deed de bemanning hun best om het ons naar de zin te maken. We hadden veel speelgoed, maar de ondeugende kinderen gooiden veel overboord ! Het speeldek werd dan ook voorzien van een groot net. De reis richting Nederland verliep voorspoedig , af en toe hadden we wel zwaar weer. Onze hut bevond zich iets onder de waterlijn. Bij storm zag ik vissen voorbij zwemmen. Onze patrijspoorten moesten dan gezekerd worden, grote ronde stalen platen met vlinderschroeven. Stel je voor dat een patrijspoort zou breken, de boot zou dan kunnen zinken. Wij hadden ook een lieve bootsman, altijd kwam hij even kijken hoe het met de familie ging, en gaf ons appelen uit Nieuw Zeeland. Wij waren met 5 personen aan boord, vader, moeder , mijzelf, zusje en 3 maanden oude broertje. Mijn vader had wel zeebenen, hij overleefde de oorlogsjaren aan boord van marineschepen. Maar wij waren meestal zeeziek. De ergste storm was bij de doorgang na de Straat van Gibraltar, iedereen was bang. Uiteindelijk na zo`n 6 weken kwamen wij aan in Amsterdam. Het was een koude Februari dag in 1954, het vroor stevig en de sneeuw lag hoog. Op de kade bussen met vette nummers, pas om 20:00 verlieten wij de boot. Langzaam en in colonne gingen wij richting Enschede, met als eindbestemming Hotel-Hut in Losser. Onze opvang bestond uit een kamer van 5x5 mrt.. waarin een wasbak en kinderledikant, verder een paar stapelbedden. Barang zoals koffers enz. lagen onder een dekzeil in de tuin, het gedeelte was wel deels overdekt. Eten kregen we uit de centrale keuken, Hollandse pot. Dat veroorzaakte nogal wat onvrede, zeker de "kliekjes". Na een stevige rel, mochten een paar Indische dames gebruik maken van de centrale keuken , zo kregen wij toch onze nasi-goreng, bami en sajur`s op het bord, de Blauw Hap. Het leven in Losser, een gehucht destijds vlakbij de Duitse grens was niet bepaald leuk. De bewoners waren vijandig, zeker de jeugd die ons uitschold voor apen " ga terug naar je eiland" zeiden ze dan. Vaak was het vechten, omdat zij brutaal waren tegenover de Indische meisjes. Na enige tijd verlieten wij Losser, mijn ouders hadden woonruimte gekregen in Enschede, met uitzicht op de spoorrails. Met een ambtenaar van DMZ mochten wij kleding kopen, aan de hand van een lijst die hij had. Je mocht niets zelf uitzoeken. Ik kreeg bijvoorbeeld een "drollenvanger" een soort pofbroek, een pet met oorkleppen, winterhandschoenen enz... Wij kregen van het Ministerie ook een huisraad-voorschot. Alle voorschotten moesten tot op de cent terug betaald worden o.a. via loonbeslag. En dat terwijl Nederland, miljoenen op de bank had liggen in Amerika bij de FED, geld bestemd o.a. voor de Indische Nederlanders verloren bezittingen enz., tot op heden is daar niets van uitgekeerd. Niet lang daarna, werd mijn vader ernstig ziek en moest kuren in Dekkerswald bij Nijmegen. Moeder, zonder hulp moest zich maar zien te redden. Mijn vader was weer hersteld en had een baan gevonden in Den Haag , dus weer verhuizen naar Naaldwijk, na enige jaren naar Den Haag..... Als kind ervaarde ik de overtocht naar Nederland op die mooie boot Ms. Oranje als een avontuur. Daarna kwamen de aanpassing problemen, althans bij mij. Wij moesten snel inburgeren, mijn Indonesische taal de Bahasa Indonesia mocht niet meer gesproken worden. En dat, neem ik mijn ouders nog steeds kwalijk. De GGD vond ons maar "bleekneusjes" en wij moesten wat vetgemest worden in Gaasterland dat ligt in de provincie Friesland. Een kinderkolonie voor enige weken bij winterweer, je mocht daar niet binnen spelen maar buiten op het ijs. Ik stond altijd tegen de deur te schoppen en te schreeuwen dat ik naar binnen wilde, zij gaven geen krimp. Daar sta je dan te "blauw bekken " van de kou.... En ach, wat verlangde je dan naar het land van geboorte Indonesia.

Losser

Ook een verhaal? Deel het hier!

Reageer op dit verhaal

Nog geen reacties

Is er iets mis met het verhaal?